Dé marktplaats voor de bouw. Gratis rubriek voor de aan- en verkoop van gebruikte gereedschappen of materialen.
Bij 70 procent van de dakprojecten wordt nog steeds onveilig gewerkt. Dat blijkt uit onderzoek van de Arbeidsinspectie.
De A-bladen voor Hellende en voor Platte daken geven aan hoe er veilig op daken gewerkt kan worden. En ze zijn nog gratis te downloaden ook. Niemand hoeft dus het dak op met gebrek aan kennis over veiligheid. In dit artikel aandacht voor het nieuwe A-blad Hellende daken dat op 28 januari 2010 is gepresenteerd.
Recente ontwikkelingen op het gebied van veilig en gezond werken hebben geleid tot een actualisering van het A-blad Hellende daken. Dat is ook nodig, want de cijfers liegen er niet om. Dakdekkers hebben nog steeds lichamelijke klachten door zwaar tillen en werken in een gebogen houding. Ruim 91 procent van de pannendekkers (Bron: Bedrijfstakatlas Arbouw 2008) vindt het werk lichamelijk inspannend. Ook is de valbeveiliging niet altijd in orde wat tot levensgevaarlijke situaties kan leiden. Ruim 20 procent van de rietdekkers zegt in soms onveilige situaties te werken.
‘Uit het inspectierapport opgesteld naar aanleiding van het landelijk project Dakwerk in 2008, blijkt dat er nog veel ongevallen gebeuren tijdens dakwerkzaamheden’, aldus Jan Boer, landelijk projectleider Bouw van de Arbeidsinspectie, tijdens de presentatie van het vernieuwde A-blad op Dak Event. ‘In totaal werden er 881 inspecties uitgevoerd. Dat leidde 427 keer tot het stilleggen van het werk. De inspectie deelde 170 boetes uit aan werkgevers en elf aan werknemers. Deze cijfers moeten omlaag. Driekwart van de overtredingen heeft te maken met veiligheid.’
Werkgevers (Bouwend Nederland, Het Hellende Dak en Vakfederatie Rietdekkers) en werknemers (FNV Bouw en CNV Vakmensen) hebben daarom de handen ineen geslagen en gezamenlijk afspraken gemaakt en vastgelegd in het A-blad Hellende daken. Ook VEBIDAK, branchevereniging voor bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbedrijven, is erg geschrokken van de resultaten. In 2010 is dan ook de invoering van de arbocatalogus Platte daken voorzien, alsmede extra aandacht voor arbovoorlichting en scholing. Tot slot zijn er de activiteiten van het platform Preventie valgevaar, gericht op gebouweigenaren.
Onveilige situaties doen zich niet alleen voor op projecten waar de standaard dakrandbeveiliging geen directe uitkomst biedt. Ook daar waar deze zeer gemakkelijk plaatsbaar zijn, wordt door onbenulligheid soms niet veilig gewerkt. Denk aan te weinig hekwerken op het werk of hekwerken die niet worden verplaatst omdat het zo lastig is. Of het gebruik van verschillende systemen door elkaar, gebreken aan bevestigingsmiddelen van het hekwerk, verkeerde ballast blokken, enzovoort.
De meeste overtredingen die de Arbeidsinspectie eind 2008 aantrof bij het project Dakwerk waren bij de platte daken. Het betrof hierbij voornamelijk afwezigheid of onjuist gebruik van dakrandbeveiliging, afzetting/dichtleggen sparingen, gebruik ladders. Naast werkgevers zijn ook elf dakdekkers beboet, hetgeen vrij uitzonderlijk kan worden genoemd. In de onderzoeksperiode zijn 148 ongevallen gemeld. Hierbij vielen tien dodelijke slachtoffers te betreuren en liepen achttien personen ernstig letsel op. Bij de overige ongevallen moesten toch nog 97 personen in het ziekenhuis worden opgenomen. ‘In 95 procent van de situaties waarbij sprake is van valgevaar, kan een technische maatregel de oplossing vormen’, aldus Jan Boer.
Het A-blad Hellende daken beschrijft het gehele proces van werkzaamheden in de ontwerp-, bouw- en beheerfase en geeft de risico's, oplossingen en maatregelen. Het vernieuwde A-blad gaat naast het gezond werken op daken ook over de veiligheid van dakdekkers en behandelt alle risico's, namelijk het valgevaar, de blootsteling aan stof, de lichamelijke belasting en het werken bij extreme weersomstandigheden, zoals harde wind. Hat A-blad maakt deel uit van de Arbocatalogus voor de Bouw en Infra en is daardoor voor de arbeidsinspectie maatgevend.

Het A-blad Hellende daken bevat afspraken om de lichamelijke belasting en het risico van valgevaar voor de dakdekker hellende daken te beperken. Daarnaast bevat het A-blad aanbevelingen om blootstelling aan klimatologische omstandigheden (koude, regen, warmte, uv-straling), gevaarlijke stoffen, geluid en trillingen te verminderen.



Het A-blad heeft betrekking op het dakdekken met betonnen pannen, keramische pannen, leisteen, riet, vezelcementplaat (golfplaat), metalen dakpanelementen en zonne-energiesystemen. Tijdens dit werk staat de dakdekker bloot aan de volgende risico’s:
1. Lichamelijke belasting. Het werk van de dakdekker is fysiek (matig) zwaar.
2. Werken op hoogte. Bij het werk van de dakdekker ontstaat valgevaar.
3. Gevaarlijke stoffen. Bij de sloop van oude daken en bij het op maat maken van de dakpannen en leien kan schadelijke stof vrijkomen.
4. Klimaat. Op grote hoogte kan het weer invloed hebben op de veiligheid van de dakdekker.
5. Machines, gereedschappen, materieel en materialen. Er kunnen gevaren optreden bij het (de)monteren van steigers en liften en het werken met machines en gereedschappen.
6. Straling. Bij werken in de buurt van zendmasten kan de dakdekker blootstaan aan straling. Dit kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
Zwaar is het opperen van materialen en gereedschappen. Het maximale gewicht dat door één persoon met de hand mag worden getild is 25 kilogram. Het werken op een schuin dakvlak vormt een extra belasting voor de benen en voeten. Het werk op het dak wordt staand, gehurkt of geknield uitgevoerd, vaak met gebogen rug en in een gedraaide houding. De belangrijkste risico’s zijn:
• Lichamelijk zwaar werk.
• Repeterende bewegingen.
• Tillen, dragen, duwen en trekken van zware lasten.
• Werkhoudingen.
• Gebruik hulpmiddelen, zoals een verreiker, kraan en ladderlift voor het op het dak plaatsen van materialen. Gebruik stortkokers en containers voor de afvoer van oude materialen.
• Gebruik bij grote daken eventueel een daklorrie voor het transport van pannen over het dak. Gebruik bij steile daken eventueel een glijplank.
• Laat panlatten tenminste 2 tot 3 cm boven de dakplaten bevestigen; hierdoor wordt een betere steun voor de voet verkregen.
• Gebruik een dakladder of daktrap, bij een gedekt dak, om het lopen over het dak te vergemakkelijken.
• Gebruik bij een riet- of leiendak altijd steunmiddelen, zoals een dakstoel, daksteiger of dakladder.
• Plaats materialen die naar het dak moeten zo dicht mogelijk bij de ladderlift.
• Werk op het dak bij voorkeur met gereedschap dat door een accu wordt aangedreven.
• Leg gereedschap in een emmer die met een touw en haak aan een panlat is bevestigd. Gebruik een dakzak voor het verzamelen van afval.
• Gebruik ladders met treden die een goede ondersteuning bieden voor de voet.
• Regel dat het werk op het dak en de grond regelmatig wordt afgewisseld.
• Gebruik de beschikbare transporthulpmiddelen.
• Draag niet meer dan vier dakpannen per keer en houd ze met twee handen vast.
• Leg gereedschap in een emmer die met een touw en haak aan een panlat is bevestigd. Gebruik een dakzak voor het verzamelen van afval.
• Wissel het werk af, zodat niet steeds dezelfde spieren en gewrichten worden gebruikt/belast.
Kwartsstof komt vrij bij het zagen of doorslijpen van dakpannen, leien en elementen. Bij het op maat zagen van panlatten komt houtstof vrij. Soms heeft de pannendekker met vezels te maken, wanneer glas- of steenwol als isolatiemateriaal wordt gebruikt. Het stof kan de ogen en luchtwegen irriteren. Op sommige daken zijn rookgasafvoeren van asbestcement aanwezig. De grenswaarden voor kwartsstof van 0,075 mg/m3 en respirabel hinderlijk stof (5 mg/m3) kunnen op het dak soms worden overschreden.
De belangrijke risico's zijn:
• Kankerverwekkende stoffen.
• Schadelijke stoffen.
• Laat asbestcementmaterialen die het werk kunnen hinderen door een gespecialiseerd bedrijf verwijderen.
• Pas waar mogelijk alternatieve materialen toe voor zwaar metalen producten.
• Stem waar mogelijk dakontwerp en toe te passen dakpannen op elkaar af om zaagwerk te voorkomen.
• Zorg dat riet droog wordt opgeslagen.
• Laat bij renovatie van het dak het stof en gruis verwijderen door te zuigen.
• Zorg voor ademhalingsbescherming. Meestal zal een halfgelaatsmasker met filtertype P2 voorzien van uitademventiel afdoende zijn. Bij renovatie is ook oogbescherming noodzakelijk; verstrek een kap of helm met gelaatsscherm voorzien van aangeblazen gefilterde lucht (type 1, 2, of 3).
• Zorg bij slijpen van leien (vrijkomen van kwartshoudend stof) voor een slijptol met stofafzuiging of kies een andere werkmethode. Leien op maat maken met leidekkerhamer en brugijzer, lei- of knabbelscharen of met krasmes in plaats van met slijptol.
•
• Maak pannen en elementen op maat met een tang of met een pannenzaag voorzien van watertoevoer.
• Bewerk lood alleen door te buigen, te snijden of te kloppen, niet door het te verhitten.
• Voer geen bewerkingen uit aan materialen van asbestcement.
• Gebruik de beschikbaar gestelde ademhalingsbescherming.
• Gebruik bij slijpen van leien een veiligheidsbril. Draag anders ademhalingsbescherming; half- of volgelaatsmasker met P3-stoffilter.
• Zorg bij bewerking van geïmpregneerd hout voor ademhalingsbescherming met P3-stoffilter.
• Houd tijdens sloop- en onderhoudswerkzaamheden op rietdaken rekening met de windrichting. Zo kan de goede werkvolgorde worden aangehouden en 'bovenwinds' worden gewerkt.
Slechte weersomstandigheden in combinatie met kleding die onvoldoende bescherming biedt, leiden tot een grotere kans op gezondheidsklachten. Warm weer in combinatie met zon en weinig wind kan bij zwaar werk leiden tot hittebelasting. Harde wind kan leiden tot ongevallen door vallen als gevolg van uit balans raken of door van het dak vallende materialen. Door regen, sneeuw, ijzel of aanvriezen kunnen daken glad worden, waardoor de kans op uitglijden toeneemt.
De meeste klachten gaan over:
• Koude.
• Temperatuur wisselingen.
• Warmte.
• Verstrek beschermende kleding passend bij het seizoen.
• Bij regenachtig en kil weer katoenen kleding met polyurethaan-coating.
• Bij winters weer een katoenen winterpak (niet geschikt bij nat weer).
• Maak afspraken met uw werknemers over wanneer er bij wind, regen en kou nog wel en wanneer er niet wordt gewerkt.
• Maak afspraken over de maximale windkracht waarbij nog gewerkt mag worden; ga uit van de richtlijnen en factoren zoals dakhoogte, de materialen, hogere windkracht in bepaalde gebieden, et cetera.
• Draag een goed sluitende overall.
• Draag goede werk(hand)schoenen.
• Stem de werkkleding af op het weer om uw lichaam tegen tocht, kou en regen te beschermen.
• Bescherm in de zomerperiode bij zonnig weer blootgestelde lichaamsdelen met een beschermende crème en/of een klep of helm met nekflap.
De pannendekker kan van een ladder, steiger of het dak vallen, vooral als de ondergrond door neerslag glad is geworden. Door de harde wind kan hij zijn evenwicht verliezen. Door de wind kunnen er ook materialen van het dak waaien. De pannenlegger kan worden geraakt door vallende materialen, gereedschappen of lasten. Bij renovatiewerkzaamheden kan hij vallen door een aangetaste of niet goed vastzittende dakgoot, door het bezwijken van panlatten (doorgeroeste spijkers) of door door houtrot aangetaste delen van de dakconstructie. Hij kan gewond raken bij het op maat maken van de panlatten, dakpannen en dakelementen, bij het bevestigen van panlatten, door houtsplinters, scherpe kanten en door scherp of draaiend gereedschap.
De belangrijkste risico’s zijn:
• Stoten, snijden, klemmen, knellen.
• Struikelen, uitglijden verstappen.
• Werken op hoogte.
• Bij het ontwerp van een pannendak wordt indien mogelijk een helling tussen 30° en 50° gekozen.
• Regel dat de werkplek veilig is door steigers te plaatsen. Dakrandbeveiliging is verplicht bij een hoogte groter dan 2,5 meter. Stem de valbeveiliging af op de hoogte en de vorm van het dak. Combineer waar nodig met vangnetten of gaasnetten en voetplanken.
• Op hellende daken wordt altijd gewerkt met steunmiddelen, zoals panlatten, daksteiger of dakladder.
• Gebruik voor kortdurende reparaties zonodig valbeveiliging en vanglijnen en zet deze vast aan een dak gemonteerd ankerpunt.
• Leg vast bij welke windkracht het werk wordt stopgezet en wie daarvoor verantwoordelijk is. Houd rekening met regionale verschillen in windkracht en de hoogte van het gebouw.
• Zorg bij een leien of rietdak voor een veilige werkplek (zoals een hangsteiger of dakstoelen) afgestemd op de hoogte en vorm van het dak.
• Zorg dat al het gereedschap is voorzien van de vereiste beveiligingen en dat deze ook worden gebruikt. Zorg dat alle gereedschap tenminste één maal per jaar wordt gekeurd.
• Leg vast bij welke windkracht het werk wordt stopgezet en wie daarvoor verantwoordelijk is; houd daarbij rekening met regionale verschillen in windkracht en de hoogte van het gebouw.
• Zorg bij de kans op vallen voor aanvullende veiligheidsvoorzieningen (valbeveiliging die wordt vastgezet aan een haak of aan een draad die in de breedterichting over het dak gespannen is, vangnetten of gaasnetten).
• Zorg voor een goede veiligheidsinstructie voor de ploeg; zie toe op het naleven van de voorschriften.
• Verstrek de noodzakelijke beschermingsmiddelen afgestemd op de risico's op het project:
o bij een kans op vallende materialen of gereedschap een veiligheidshelm (NEN-EN 397);
o veiligheidsschoenen (NEN-EN 345; S3);
o werkhandschoenen (NEN-EN 388);
o valbeveiliging;
o zorg voor bescherming wanneer op de knieën moet worden gesteund; kniestukken in de werkbroek of in de speciaal hiervoor bedoelde houders. Eventueel kunnen kniebeschermers worden gebruikt.
• Controleer dagelijks de veiligheid van de steiger, ladders en ander materieel.
• Zorg voor een goede verdeling van de pannen over het dak om (plaatselijke) overbelasting te voorkomen.
• Zorg voor een opgeruimde werkplek en goed begaanbare loop- en transportroutes.
• Controleer grondig de sterkte van de dakgoot voordat u er op gaat staan of voordat u er een dakladder in plaatst.
• Controleer bij renoveren ook eerst de kwaliteit van de panlatten en de bevestiging daarvan.
• Beëindig het werk indien de wind harder is dan de afgesproken maximale windkracht.
• Op een dak mag alleen beveiligd worden gewerkt. Gebruik de voorgeschreven veiligheidsvoorzieningen en beschermingsmiddelen.
• Gebruik geen slijptol maar een krasmes of knabbelschaar voor het op maat maken van de leien. Dit geeft minder stof en geluid en voorkomt wegspringende delen.
• Gebruik bij voorkeur vonkvrij gereedschap bij rietdaken of voer werkzaamheden waarbij vonkvorming kan optreden uit op een schoon maaiveld.
• www.werkveiligophoogte.nl: Met behulp van deze handige website bepaalt u stapsgewijs welk arbeidsmiddel het meest geschikt is om als veilige werkplek op hoogte te dienen en hoe u een bestaande werkplek op hoogte kunt beveiligen tegen valgevaar.
• www.arbovriendelijkehulpmiddelen.nl: Deze website van Arbouw biedt u een overzicht van in de bouwnijverheid gebruikte hulpmiddelen.
• www.arbocatalogus-bouweninfra.nl: Kies een beroep en kijk wat de belangrijkste risico’s zijn. Per risico wordt informatie gegeven over wet- en regelgeving en de te nemen maatregelen om het risico te voorkomen of te beperken. U kunt ook een risico kiezen, bijvoorbeeld op basis van uw RI&E. Dan verschijnt een algemene beschrijving van het risico en wordt informatie gegeven over wet- en regelgeving. Ook krijgt u een overzicht van de beroepen in de bouw en infra die met dit risico te maken hebben.
• www.arbouw.nl: Ga via ‘Werkgever’ naar ‘brochures’ en onder de tussenkop ‘Lichamelijke belasting’ treft u het A-blad Hellende daken aan. Via deze link kunt u het A-blad gratis downloaden.